Informatie over natuurlijke vezels

Info over gordijnstoffen



Natuurlijke vezels
                

Katoen

Katoen is sterk en slijtvast, goed vochtabsorberend, bestand tegen persen en strijken bij hoge temperatuur en goed wasbaar is motecht, buigzaam en heeft geringe neiging tot elektrostatische oplading. Nadelen zijn de neiging tot kreuken bij het wassen, de krimp bij het wassen en de brandbaarheid. Deze nadelen kunnen verholpen worden door passende veredelingsbehandelingen.

Vlas (linnen)
Linnen is de sterkste van alle natuurlijke vezels. Het is vormvast, luchtig, vochtabsorberend en loogvast. Het is niet kreukvrij, maar kan met toevoeging van synthetische garens kreukherstellend worden gemaakt.

Wol
Wol is een goede warmte-isolator en is in staat om veel vocht (waterdamp) op te nemen, zonder dat het vochtig aanvoelt. Wollen stoffen zijn redelijk brandvertragend. Wol is zeer elastisch materiaal en laat zich gemakkelijk vervormen. Gevaar voor vervilten is betrekkelijk, er komen steeds meer wollen stoffen op de markt die machinewasbaar zijn.

Zijde
Zijde is elastisch, kreukherstellend, glanzend, soepel, licht, zeer fijn en goed vochtopnemend, maar is niet erg duurzaam. Onder invloed van zonlicht kan de kleur snel verbleken. Zijde moet om deze reden dan ook gevoerd of gemoltoneerd worden als het als gordijn wordt toegepast.

Synthetische vezels

Polyester, Acryl en Polyamide
De bekendste "uit chemische producten" gewonnen synthetische vezels zijn polyester, acryl, polyamide. De overeenkomst tussen deze vezels is dat ze kreukherstellend zijn bij vakkundig wassen. Ze krimpen niet. Ze zijn bestand tegen bacteriën en schimmels (het weer), licht in gewicht en snel drogend. Elektrostatische oplading mogelijk. Bestand tegen ontvlekkingsmiddelen.

Viscose, Modal en Acetaat

Viscose, modal en acetaat zijn bekende "uit veranderde natuurproducten" gewonnen vezels. Deze vezels hebben dezelfde eigenschappen als de bovenstaande synthetische vezels, alleen hebben viscose en modal beide de neiging tot kreuken, de natte sterkte is ongeveer de helft van de droge sterkte (bij modal gaat de natte sterkte minder snel achteruit dan bij viscose) en beiden kunnen worden aangetast door bacteriën en schimmels. Acetaat is slecht bestand tegen hitte.

Wat betekent Martindale test/aantal rubs test voor een stof?
Dit geeft een waarde aan van de slijtvastheid. T.N.O. test stoffen hierop. De ondergrens voor normaal gebruik (slijtvastheid) ligt op 12.00 toeren Martindale oftewel 12.000 schuurbewegingen voordat de stof eventueel kan doorslijten.

Hoe breed zijn de meeste stoffen per meter?
Over het algemeen zijn bijna alle stoffen 1.40cm breed. Vaak zijn zijde stoffen 1.20cm breed. Ook zijn er speciale collecties die “kamerhoog” zijn, 280/300cm hoog deze stoffen zijn zowel in de hoogte als in de breedte te gebruiken. Meestal zijn dit voile stoffen (“Licht doorlatende stoffen”)

Waar staat een Scotch-Gard behandeling van stoffen voor?
Dit is een vocht en vuilafstotende laag die wordt aangebracht ter bescherming van een stof. De werking van scotch gard verminderd na enkele jaren en vaak zie je dan dat de vuilafstotende laag juist een “smeer” laag is geworden welke juist vuil vasthoudt!

Wat betekent railroaded?
Dit houdt in dat je een stof op 2 manieren kunt verwerken, horizontaal of verticaal. Dit is o.a. duidelijk te zien bij bijvoorbeeld een visgraat motief: >>>>>>Horizontaal/^^^^^^^^Verticaal.

 

Waar staat reversed voor?
Dan kan men van de stof zowel de “ voor- en achterkant” gebruiken. Dit geeft dan een omgekeerd effect van de stof. Bijvoorbeeld Blauwe stof met witte stip, wordt dan witte stof met blauw stip.

Hoeveel stof heb ik nodig?

Gordijnstof

Stel: je hebt een raam van 2,35 meter breed en je wilt gordijnen van plafond tot grond en deze afstand is 2,60 meter. De stof die je voor dit raam wil gaan gebruiken heeft een patroon van 32 cm en is 1,40 meter breed. Je wil het gordijn laten confectioneren met een enkele plooi.
 

• In verband met de plooien vermenigvuldig je de breedte van het raam met 2 (2,35 x 2 = 4,70)
• Dit getal deel je door de breedte van de stof (4,70 / 1,40 = 3,35) Dit getal rond je naar boven af, dit zijn het aantal banen dat je nodig hebt (in dit geval heb je dus 4 banen nodig)
Het aantal banen vermenigvuldig je met de hoogte van het gordijn. De hoogte is in dit geval de afstand van plafond tot grond + patroon + 30 cm voor de zoom. Dus: 2,60 + 0,32 + 0,30 = 3,22.
Je hebt dus 4 x 3,22 = 12,88 meter stof nodig.

Kamerhoge stof
In het bovenstaande rekenvoorbeeld zijn we uitgegaan van een stofbreedte van 1,40 meter. Het komt ook vaak voor dat een stof kamerhoog is (vooral bij voiles). Kamerhoog betekent dat de stof een hoogte heeft van rond de 3,00 meter. Deze stoffen hebben geen patroon waar je rekening mee hoeft te houden en zijn bijna altijd afgewerkt met een loodveter waardoor een zoom niet nodig is. Dit maakt de berekening alleen maar makkelijker. Uitgaande van het bovenstaande voorbeeld, werkt het heel simpel: vermenigvuldig de breedte van het raam met twee (2,35 x 2 = 4,70) en dat is het aantal meters dat je nodig hebt.

Tip: Wil je je gordijnen een nog rijkere uitstraling geven? Gebruik dan vermenigvuldigingsfactor 2,5 i.p.v. 2. Het gordijn hangt dan nog rijker geplooid.

Tip: Ga naar een goede speciaalzaak. Daar kunnen ze je goed advies geven over de verwerking voor je gordijnen.
 

Terug